• Jong en oud samen aan het bewegen
  • Leren in de natuur
  • Eten in je stamgroep
  • Dagopening
  • Zelfstandig werken

Jong en oud samen aan het bewegen

Leren in de natuur

Eten in je stamgroep

Dagopening

Zelfstandig werken

BELEID HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING

Dit beleid is op basis van de meldcode van Veilig Thuis
 
Sinds 1 juli 2013 zijn beroepskrachten verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te gebruiken bij vermoedens van geweld in huiselijke kring. Dit geldt dus ook voor onze medewerkers. Gebruik van deze meldcode geeft ons houvast bij het signaleren en in gang zetten van interventies, opdat het geweld stopt.
 
Geweld in huiselijke kring
De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling heeft betrekking op alle vormen van geweld in de huiselijke situatie, zoals mishandeling, seksueel geweld, genitale verminking, eergerelateerd geweld en ouder(en) mishandeling. Tot kindermishandeling wordt ook gerekend het getuige zijn van huiselijk geweld. De meldcode heeft als doel jeugdigen, die te maken hebben met een vorm van mishandeling, snel en passende hulp te bieden zodat een einde komt aan de (bedreigende) situatie. De meldcode biedt stappen en handvatten aan leerkrachten voor signalering en het verdere handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling.
 
Ondersteuningsstructuur op onze school
Op alle mogelijk manieren worden onze leerlingen ondersteund en begeleid. Elke dag in hun eigen stamgroep door hun stamgroepsleider, eventueel wordt meegekeken door een collega, of meerdere collega’s van de betreffende bouw, hulp van een remedial teacher of het kind wordt besproken in het zorgteam. Ook extern zijn er voldoende mogelijkheden tot hulp. Daar gaat onze CPO over. Dit zijn ook de aangewezen plaatsen om vermoedens en signalen van kindermishandeling te beoordelen, te wegen en te beslissen welke stappen er genomen moeten worden.
 
Meldcode; tijdspad en stappen
 
Doel

Sneller en adequater ingrijpen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Wij hanteren in principe de meldcode van Veilig Thuis, maar met ons eigen 3 stappenplan. Dit helpt ons bij het signaleren en handelen bij (vermoedens van) huiselijke geweld en kindermishandeling


Stap 1 Breng signalen in kaart
 
Signaleren van belemmeringen in de ontwikkeling van een kind en dit met ouders bespreken vormt een belangrijk onderdeel van je beroepshouding als leerkracht en CPO. Aan het in kaart brengen van de signalen gaat vaak een “niet pluis” gevoel vooraf.
De waargenomen signalen en eventueel van ouders verkregen informatie vormen basis voor verdere actie. Wat de achterliggende oorzaak is van signalen, is lang niet altijd meteen duidelijk: veel signalen kúnnen wijzen op kindermishandeling, maar ook te maken hebben met andere zaken. Als de school met ouders in gesprek gaat over signalen en de thuissituatie en als zij met elkaar informatie uitwisselen over de ontwikkeling van het kind, dan draagt dat bij aan verheldering , ontkrachting of bevestiging van zorgen. Later gaat het gesprek met ouders over te zetten vervolgstappen en uit te voeren acties.
Vang je als leerkracht signalen op die kunnen duiden op huiselijk geweld of kindermishandeling? Breng deze signalen in kaart. Leg de signalen vast (in Esis), evenals gesprekken die je over de signalen voert. Noteer welke stappen je zet en welke besluiten je neemt. Vermeld hierbij ook de gegevens die de signalen weerspreken. Bij het in kaart brengen van al deze gegevens betrek je ook je bouwcoördinator en de CPO. Zij zijn hiervan op de hoogte.
 
Stap 2 Collegiale consultatie
 
De leerkracht bespreekt de waargenomen signalen met collega’s en CPO. Dat kan een bouw-collega zijn of een collega van broertje of zusje van het kind. De zorg coördinator kan zelf adviseren en observeren, het CJG raadplegen of advies vragen bij Veilig thuis.
 
Stap 3 CJG erbij betrekken en aanpak vaststellen
 
De volgende stap is dat de CPO de signalen, het ingewonnen advies bij collega’s en veilig thuis en de informatie uit het gesprek met de ouders dit bespreekt met het CJG. Daar kunnen  eventueel de ouders bij aanwezig zijn. De aard en de ernst van de signalen en het risico op kindermishandeling of huiselijk geweld worden daarin afgewogen. Er wordt een afgestemde aanpak vastgesteld en uitgevoerd, gericht op veiligheid van het kind en de ondersteuning van ouders en leerkracht.
 
Stap 4 Hulp bieden
 
Het CJG organiseert (zo mogelijk) de noodzakelijke hulp aan kind en ouders en geeft handelingsadviezen aan de leerkracht. Daarnaast wordt er overlegd óf en zo ja wie er een melding doet bij Veilig thuis. Met Veilig thuis wordt besproken wat het CJG na de melding, binnen de grenzen van de gebruikelijke werkzaamheden, zelf nog kan doen om het kind en zijn gezinsleden tegen het risico op huiselijk geweld of op mishandeling te beschermen. In het overleg met CJG is afgesproken wie de ouders informeert over de uitkomsten van de bespreking en de eventuele melding bij Veilig Thuis. De CPO brengt de directeur op de hoogte binnen het  zorgteam.
 
Stap 5 Volgen
 
De CPO, het CJG en de leerkracht volgen allen de effecten van de hulp en stellen zo nodig de aanpak bij. Nazorg wordt geboden en de aanpak geëvalueerd. De school en het CJG zorgen voor vastlegging en genomen stappen, acties, gebeurtenissen en feiten. Alles wordt in Esis vastgelegd. Deze informatie is nodig wanneer men besluit een melding te doen.

 
Veilig thuis Friesland  0800-2000
                                      058-2333777
Bij acuut gevaar          112

 
www.veiligthuisfriesland.nl
info@veiligthuisfriesland.nl
 
Aandachtspunten en dilemma’s
Hoewel de stappen eenvoudig te zetten zijn, zijn er zeker wel punten die de nodige aandacht verdienen om deze meldcode succesvol te laten zijn:
 
Preventie
Er is schooling mogelijk om goed te kunnen signalere. Wij hebben als team in 2016 een middag schooling gehad van het CJG over goed signaleren.

Signalering door leerkrachten
Als leerkracht is het best lastig om goed te signaleren wanneer het kindermishandeling of huiselijk geweld betreft. Dit zijn beladen onderwerpen. Er wordt te vaak geaarzeld om signalen ter sprake te brengen. Soms zien we het over het hoofd, vanuit het idee dat het wel meevalt of dat de ouders toch zo aardig zijn. Met deze Meldcode kan de leerkracht haar verantwoordelijkheid niet meer uit de weg gaan. Leerkrachten zullen “signaalgevoelig” en “aanpakbereid” moeten zijn. De wetenschap dat er minstens 2 á 3 kinderen slachtoffer zijn, maakt dat het gevoel van urgentie hoog moet zijn. Ook al zijn er volop dilemma’s; het kind heeft recht op hulp!
Voor onze leerkrachten zit bij dit protocol een signaallijst wat kan helpen als “onderlegger” wanneer er een vermoeden is. Geen van deze signalen wijzen één op één op kindermishandeling, en ook bij meerdere signalen zullen ze niet direct duidelijkheid geven. De signalen vragen om een zorgvuldige weging, die bij voorkeur ook samen met een collega of CPO bekeken moet worden.
Signalering van kindermishandeling in de school is geen geïsoleerd gegeven. Het is onderdeel van een bredere signalering van belemmeringen in de ontwikkeling van een kind. Gebruik goed je pedagogisch groepsoverzicht en houd zicht op ontwikkelingen. Problemen in een gezin beginnen niet bij mishandeling, vaak is er een geschiedenis van opvoedingsonmacht. Daarom is het van belang om als leerkracht goed signalen op te vangen. CPO en zorgteam kunnen altijd ingeschakeld worden.

Communiceren met ouders
Samenwerking tussen school en ouders is cruciaal voor de ontwikkeling en opvoeding van kinderen. Het actief in gesprek gaan van de school met kind en ouders is voor elk kind belangrijk, maar zeker wanneer er sprake is van extra ondersteuningsbehoeften of zorgen rondom het kind. Het is belangrijk om ook bij de eerste stap van de Meldcode ouders actief te informeren door de ontwikkelingen van hun kind te delen. Ook bij gevoelige onderwerpen zoals (vermoedens van) kindermishandeling en huiselijk geweld is het van belang bij elke stap in gesprek te blijven: benoemen wat je feitelijk waarneemt, herkent men de signalen?, wat hebben de ouders zelf al gedaan, is er al hulp ingeschakeld, is hulpverlening noodzakelijk, is geboden hulp effectief etc. Ouders zijn vrijwel altijd een deel van het probleem, maar ook altijd deel van de oplossing.

Melden bij Veilig thuis
Als er bij het CJG wordt vastgesteld dat er reële vermoedens bestaan  van kindermishandeling of huiselijk geweld en dat er hierover met de ouders niet  gesproken of tot een aanpak gekomen kan worden, zal besloten worden tot een melding bij Veilig Thuis. Een melding daar wordt door een professional in principe op naam gedaan. Dat betekent dat ook de ouders te weten zullen komen door wie er gemeld is. Ouders kunnen dan nog weleens agressief worden of totaal niet willen meewerken. Vanuit dat oogpunt, zijn wij nog weleens huiverig om te melden. Uiteindelijk gaat het om de veiligheid van het kind en zal er wel gemeld moeten worden. Daarom is het soms zo dat een andere professional de melding doet, bijvoorbeeld iemand van de jeugdgezondheidszorg. De afweging wie er gaat melden zal per situatie elke keer zorgvuldig moeten worden bekeken.
De melding wordt onderbouwd met zoveel mogelijk feiten en gebeurtenissen die geconstateerd zijn door school en de jeugdhulppartners. Het CJG overlegt met Veilig Thuis wat ze na de melding zelf nog kunnen doen om escalatie te voorkomen. Veilig thuis is verplicht om de melder te informeren over de stappen die zij  gezet om de situatie voor het kind te verbeteren. Gelet wordt daarbij wel hoeveel informatie er gegeven wordt; bepalend is de mate van betrokkenheid van de melder bij het gezin. Wanneer er met medewerking van de ouders hulp op gang is gekomen, is een melding niet meer nodig. Uiteraard is het wel noodzakelijk te volgen of de mishandeling of geweld daadwerkelijk is gestopt. Zo niet, dan is een melding weer aan de orde.
 

St. Lukas     Pier Panderstraat 3, 9203 SG Drachten     t 0512 - 36 05 36     info@stlukas.nl